Joods-Christelijke Dialoog

Jesaja 30: 15-21 - Dineke Houtman

Zondag 21 augustus 2016
Zondag 25 augustus 2019 


Jesaja 30:15-21 in de Targoem


Door Dineke Houtman

15 Dit zegt God, de Heer, de Heilige van Israël: 'In rust en inkeer ligt jullie redding, in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.’ Maar jullie wilden niet.
16 Jullie zeiden: 'Nee! Te paard vluchten we weg!’ – vluchten zúl je! 'Wij gaan er razendsnel vandoor!’ – Razendsnel wordt je ingehaald.
17 Duizend zullen er vluchten voor het dreigen van één, voor het dreigen van vijf vluchten jullie allen. Al wat er van jullie rest is als een paal op een bergtop, als een vaandel op een heuvel.
18 En toch wacht de Heer op het ogenblik dat hij jullie genadig kan zijn; toch zal hij zich oprichten om zich over jullie te ontfermen. Want de Heer is een God van recht. Gelukkig de mens die op hem wacht.
19 Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woon, je hoeft geen tranen meer te storten. Want hij zal zich over je ontfermen als je weeklaagt, hij zal antwoorden zodra hij je hoort.
20 De Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood, Hij die jullie onderricht gaf, zal zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je leermeester zien.
21 Met eigen oren zul je een stem achter je horen zeggen: ‘Dit is de weg die je moet volgen. Hier moet je rechts. Ga daar naar links.’

Israël zoekt zijn heil bij strategische bondgenoten, in dit geval Egypte, in plaats van te vertrouwen op God. Slechts een kleine groep getrouwen blijft over, als een seinpost (m.i. een betere vertaling van het Hebreeuwse toren dan de keus van het NBV) op een bergtop, een vaandel op een heuvel. De seinpost en het vaandel worden gezien van verre, ze zijn als het ware het licht op de standaard uit Matteüs 5:14-15. De standvastige rest is een licht voor de wereld.
In vers 18 slaat de onheilsprofetie om in een heilsprofetie. Door de woordkeus wordt verwezen naar de Exodus: God hoort de jammerklachten van zijn volk (Exodus 2:23, 3:7, 9), Hij voorziet ze van brood en water in moeilijke omstandigheden (manna in de woestijn en water uit de rots), en hij geeft ze richtlijnen voor het leven (wetgeving op de Sinaï).

Targoem Jonathan is een uitleggende Aramese Bijbelvertaling van de Profeten uit de eerste eeuwen van de gewone jaartelling. Deze vertaling volgt de tekst nauwkeurig, maar parafraseert moeilijk te begrijpen gedeelten en actualiseert de teksten soms naar de eigen situatie. Dat geeft ons inzicht in de uitlegtraditie uit een periode die deels overlapt met het begin van het christendom. Die uitlegtraditie wordt sterk bepaald door het belang van de Tora. Vers 15 wordt bijvoorbeeld als volgt vertaald:

15 Dit zegt God, de Heer, de Heilige van Israël: Ik zei 'als jullie terugkeren naar mijn Tora zul je rust hebben en verlost worden, ongestoord zijn, leven in veiligheid en machtig zijn, maar jullie waren daar niet toe bereid.’

Het begrip inkeer (sjuva) uit de Hebreeuwse tekst wordt uitgelegd als bekering terug tot de Tora. Het leven volgens Gods voorschriften is voorwaarde voor een goed en veilig leven in het land, zoals beschreven in Deuteronomium 7. Als de geboden veronachtzaamd worden dan brengt God onheil over het land, zie bijvoorbeeld Leviticus 26:17 'Ik zal mij tegen jullie keren, zodat jullie door je vijanden verslagen worden. Jullie zullen worden overheerst door mensen die je haten, en op de vlucht slaan, zelfs als niemand je verjaagt.’

In vers 17 wordt het woord toren vertaald als bo'era ‘fakkel, vuursignaal’, wat de associatie met ‘het licht op de standaard’ nog verstrekt.

Vers 18-19, waar de profetie omslaat in een heilstoezegging wordt als volgt geparafraseerd:

18 En toch zal de Heer zich zeker over hen ontfermen, sterk is Hij die medelijden heeft met jullie. Want de Heer is een God die recht bewerkstelligt. Gezegend de rechtvaardigen die hopen op Zijn verlossing.
19 Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want Hij zal zich zeker over je ontfermen. Het geluid van je gebed zal Hij verhoren en je verzoek uitvoeren.

God is een God van recht, die de onschuldigen niet om laat komen met de schuldigen. Hij is een genadig God die het gebed van de rechtvaardige verhoort. Dit alludeert op het verhaal van de onderhandeling van Abraham over het lot van Sodom en Gomorra in Genesis 18. In de Targoems van zowel Jesaja 30:18 als Genesis 18:25 wordt gesproken over de ‘God die recht bewerkstelligt’. In Genesis bidt Abraham – volgens de rabbijnse traditie de rechtvaardige bij uitstek – voor het lot van de stad omwille van de mogelijk onschuldigen die zich daarin bevinden.
Ook de Exodus klinkt door in deze passage. Denk aan de episode waar het volk aan de Schelfzee in wanhoop Mozes beschuldigt en Mozes antwoordt: 'Wees niet bang, wacht rustig af, dan zult u zien hoe de Heer vandaag voor u de overwinning behaalt.’
In de rabbijnse traditie is een rechtvaardige iemand die volledig trouw is aan God en de Tora en die daardoor een soort middelaarsfunctie kan vervullen. Rechtvaardigen kunnen, net als Abraham, pleitbezorger zijn voor anderen. Dit wordt o.a. afgeleid uit Psalm 34:16 waar staat 'Het oog van de Heer rust op de rechtvaardigen, zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.’
De Aramese vertaler trekt de tekst zo los van zijn oorspronkelijke historische context en maakt het meer tot een algemene les over het belang van gehoorzaamheid aan de Tora en de kracht van het gebed van een rechtvaardige.

Er is overeenkomt met delen van het Nieuwe Testament, met name met de apostel Jakobus. Onder verwijzing naar Abraham wijst hij de gelovigen in zijn brief op het belang van gehoorzaamheid aan Gods woord. Iemand wordt rechtvaardig verklaard om wat hij doet (Jakobus 2:20-24). En onder verwijzing naar Elia wijst hij op de kracht van het gebed van een rechtvaardige (Jakobus 5:16-18): “Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.”