Joods-Christelijke Dialoog

Lucas 07: 36-50 - Simon Schoon

Zondag 12 juni 2016 

Geloof en passie

door Simon Schoon


Lezingen: Hooglied 4: 16 – 5: 8 en Lucas 7: 36 – 50


Uitleg


De tekst van Lucas 7 dient de basis te zijn voor de uitleg en niet de elkaar tegensprekende pogingen de oorspronkelijke tekst te reconstrueren. Zo zou de voor-lucaanse versie van het verhaal slechts gaan over de uitzonderlijke geste van de vrouw en haar liefde tot Jezus (Marshall, 305; Bovon, 388).
Centraal gegeven: “Sinners, prostitutes, beggars, tax collectors, the ritually polluted, the crippled, and the impoverished – in short the scum of society – constituted the majority of Jesus’ followers. These are the last who have become the first, the starving who have been satisfied, the uninvited who have been invited. And many of these were women” (Schüssler Fiorenza, 129-130).
De korte gelijkenis (vs. 41-42) over de beide schuldenaars leidt tot de conclusie in vs. 47: “Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele, want ze heeft veel liefde betoond; maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig liefde”.
De Farizeeër Simon wordt weliswaar door Jezus berispt (vs. 44-46), maar hij spreekt Jezus aan als ‘meester’ en wordt door Jezus ook gecomplimenteerd vanwege zijn juiste oordeel.

Struikelblokken

De polemische ondertoon in het verhaal van Lucas mag niet in de geest van de anti-judaïstische christelijke traditie gebruikt worden om de houding van de ‘wettische Farizeeërs’ generaliserend te tekenen tegenover de vergevende liefde van Jezus (Zie excurs in Levine/Brettler, 110).
De dogmatisch-christelijke opvatting als zou de betoonde liefde van de vrouw niet (mede) de oorzaak kunnen zijn voor de geschonken vergeving vormt een struikelblok om de uitzonderlijke spits van dit verhaal te begrijpen.
De vertelling van Lucas 7 biedt geen direct aanknopingspunt voor de latere christelijke traditie die de ‘zondares’ als prostituee ziet en gelijk stelt aan Maria Magdalena, “bij wie zeven demonen uitgedreven waren”(Lc. 8: 3 en Mc. 16: 9). Ziekte werd aan het begin van de jaartelling veelal vereenzelvigd met zonde en demonie, een opvatting die in de moderne tijd heeft afgedaan.

Actualiteit

Geloof zonder passie leidt zowel in het jodendom als in het christendom tot verstarring en ritualisme.
Er dient geen tegenstelling geconstrueerd te worden tussen de rooms-katholieke nadruk op vergeving vanwege betoonde liefde en de protestantse opvatting van liefde op grond van vergeving. In het verhaal van Lucas 7 staat de onverbrekelijke wederkerigheid tussen liefde en vergeving centraal. (Vgl. Bovon, 394: “Die exegetische Diskussion wurde seit der Reformationszeit von der dogmatischen Polemik belastet”.)
Een vrouw wordt tot voorbeeld gesteld tegenover de verstoorde mannen.
Het evangelieverhaal kan verbonden worden met de eerste lezing uit Hooglied. In dit lied gaat het ook om hartstochtelijke en uitbundige liefde, verbonden met wisselende gevoelens van verlating en overgave.
In het verhaal over de vrouw in Lucas 7 zijn lichaam en geest een eenheid in de erotisch gekleurde tekening van de liefde van de vrouw door haar kussen en tranen, het drogen van Jezus’ voeten met haar haren en het zalven met parfum van zijn voeten. Daarbij vergeleken steekt onze (westerse) religieuze beleving doorgaans steriel af.
Centraal is dit verhaal staat de liefde als passie in de ontmoeting tussen Jezus en de vrouw. Dát geloof redt haar en laat haar gaan in vrede.

Literatuur

Howard Marshall, The Gospel of Luke. A Commentary on the Greek Text, Grand Rapids 1983.

Francois Bovon, Das Evangelium nach Lukas (Lk 1,1 – 9,50Neukirchen-Vluyn 1989.
Elisabeth Schüssler Fiorenza, In Memory of Her. A Feminist Theological Reconstruction of Christian Origins, Londom 1983.
Amy-Jill Levine and Marc Zvi Brettler (Eds.), The Jewish Annotated New Testament, Oxford 2011.