Joods-Christelijke Dialoog

Lucas 07: 1-10 - Peter Tomson

Zondag 29 mei 2016  

De Godvrezende centurio

door Peter Tomson

Wanneer je bedenkt dat Paulus de held is van Lucas-Handelingen en dat dit dubbelwerk ook duidelijk uit zijn school komt, vullen de Nieuwtestamentische lezingen van deze zondag elkaar prachtig aan.

Lucas 7:1-10 verwoordt op allerlei manieren Paulus’ ideaal van een inclusieve kerk die zowel niet-joden als joden omvat. Dit blijkt vooral wanneer je de pericoop samen met Handelingen 10 leest als een van de ‘Lucaanse dubbelverhalen’, die door de herhaling de voorkeur van de auteur belichamen. Dit neemt niet weg dat de kern van het verhaal van de centurio best historisch kan zijn. Bij een synagoge uit de derde eeuw die is opgegraven in het Klein-Aziatische Aphrodisias werden twee ledenlijsten aangetroffen, één van joden en één van niet-joodse ‘Godvrezenden’.

De indruk dat Lucas 7:1-10 samen met Handelingen 10 een Lucaans accent verwoordt wordt nog sterker als je deze pericoop vergelijkt met de parallel in Matteüs 8:5-13. Het middendeel (de kern) van het verhaal is min of meer identiek, maar begin en eind zeker niet. De uitvoerige beschrijving van de sympathieke verhoudingen tussen de centurio en de plaatselijke joden in Lucas ontbreekt geheel in Matteüs. Anderzijds ontbreekt in Lucas het Matteaanse slotdeel, waarin de ‘kinderen van het koninkrijk’ (Matteüs 8:12) worden buitengeworpen. De uitdrukking is niet heel duidelijk (vgl. 13:38), maar er lijken toch wel de joden mee bedoeld te zijn. Een parallel met Matteüs’ slotdeel staat wel ergens anders in Lucas (13:28-29); daar worden echter niet de ‘kinderen van het koninkrijk’, maar ‘jullie’ buitengeworpen, en gaat het om een verkiezing binnen Israël, niet tegen Israël. Waar Matteüs tegen de achtergrond van een conflict met de joden lijkt te schrijven, benadrukt Lucas de open verhouding tussen joden en niet-joden.