Joods-Christelijke Dialoog

Johannes 20: 19-23 - Theo Witkamp

Zondag 15 mei 2016 

Verschijning van Jezus

door Theo Witkamp

Deze perikoop over de verschijning van Jezus vormt een tweeluik met de verschijning aan Thomas (20:24-29). Hij vormt een verrassende herinterpretatie van de versie die we in Lucas 24:36-49 vinden. Bij beide vinden we de volgende motieven: de vredesgroet, het komen van de opgestane bij de zijnen, de vrees van de leerlingen, de wonden als herkenningstekens, de vreugde van de leerlingen, de opdracht om te prediken, vergeving van zonden, de belofte resp. gave van de heilige Geest (en bij Thomas, als representant, de twijfel en het ongeloof). Er zijn ook veel verschillen, maar die laten we nu liggen. De versie van Johannes wordt literair niet verbonden met wat eraan voorafging en heeft geen verbinding met wat er in Joh 21 nog volgt. Toch heeft de evangelist zijn verhaal niet zomaar uit zijn traditie overgenomen, maar in het geheel van zijn evangelie verwerkt. De schrijver wil daarmee het ook voor hem reeds oude verschijningsverhaal zo vertellen, dat het betrekking heeft op de situatie van zijn lezers.

Zo is er angst niet vanwege de verschijning, zoals in Luc 24:37, maar vanwege ‘de Joden’, vgl. 7:13; 9:22; 12:42; 19:38 en 15:18-16:4. Concreet moet dit de Joodse leiders betreffen, maar het probleem is juist dat Johannes hen steeds ongedifferentieerd ‘de Joden’ noemt en deze ‘Joden’ ziet als representanten van de wereld die God haat. (Omgekeerd geldt overigens dat zij tegelijk de eersten zijn aan wie het woord van God gegeven is [4:22] – hetgeen echter wel een kwestie van noblesse oblige is.)

We zien hier de ervaringen van de johanneïsche gemeente weerspiegeld. De groet ‘vrede zij u’, die tweemaal gesproken wordt, komt hiermee in een context van dreiging te staan. Hij krijgt meer lading dan de gebruikelijke Joodse groet en wordt een vervulling van 14:27. Te midden van het dreigen van de wereld komt de opgestane Heer (vgl. 14:18) en geeft hij aan zijn leerlingen een blijvende vrede. Daarom worden zij nu ook vervuld met een vreugde, die boven het moment uitgaat en de gevaren van het leven kan trotseren (vgl. 16:22). Nu kunnen zij in Jezus’ eigen zending van leven geven en oordelen (5:21-22) worden betrokken (vgl. 17:18) en ontvangen zij daartoe de heilige Geest (vgl. 14:16-20), die hen nieuw leven geeft en herschept (vgl. 14:19; Gen 2:7 ‘inblazen’). Het eenmalige van ‘toen en daar’ wordt getransponeerd naar een eeuwig ‘nu.’

We zien in dit gedeelte weer een voorbeeld van de pedagogie van Johannes. Deze is wel als ‘Stufenhermeneutik’ getypeerd. Bedoeld is dat wij als lezers uitgedaagd worden om te komen tot een dieper niveau van inzicht, zodat wij bemoedigd worden.