Joods-Christelijke Dialoog

Hebreeën 12: 22-29

Zondag 21 augustus 2016
Zondag 1 september 2019 

Bemiddelaar van een nieuw verbond

door Peter Tomson

Na de reeks geloofsgetuigen volgen de slothoofdstukken met vermaning en herinnering aan het oordeel. Zoals het volk Israël voor de Sinaï stond en vreesde, zo staat de gemeente voor de Sionsberg, nu niet sidderend, maar met een blijde lofzang (panègurei). Het is de ‘gemeente van eerstgeborenen die in de hemel ingeschreven zijn’, en ze staan ‒ vol vertrouwen, is de bedoeling ‒ voor de rechterstoel van God, voor de schare ‘rechtvaardigen die tot volmaaktheid gekomen zijn’ (mooie vertaling van de NBV) en voor ‘Jezus, de bemiddelaar van een nieuw verbond’ (11:23v.). Opmerkelijk is dat de auteur opnieuw een andere vertaaltraditie volgt dan de Septuaginta (vgl. vorige week). ‘Nieuw verbond’ is ditmaal diathèkè nea, terwijl hij in 9:15 Jezus de bemiddelaar van een diathèkè kainè noemt (met de Septuaginta, vgl. 8:8). Deze wisseling van terminologie lijkt te getuigen van een verheven vrijheid t.o.v. verschillende voorhanden tradities.

Hier blijkt bovendien dat de auteur zijn ‘hogepriesterlijke christologie’, die hij in de hoofdstukken 4 tot 10 uitvoerig heeft toegelicht in filosofisch-typologisch verband, tegelijkertijd in apocalyptisch kader ziet. Het tafereel is ‒ met de nodige aanpassingen ‒ dat van het apokriefe Henochboek, dat ook in Daniël, de Judasbrief en Openbaring terugkomt, evenals in de aan Jezus toegeschreven ‘synoptische apocalypse’: de mensenzoon komende op de wolken met zijn tienduizenden engelen (Mar. 13:26-27; Dan. 7:10-14; Jud. 14-15; Openb. 4-5). Het is het zogenaamde ‘troonvisioen’ dat in het eerste hoofdstuk van het Ethiopische Henochboek als volgt klinkt: ‘De God van het heelal, de Heilige, zal uit zijn verblijf te voorschijn komen, opgaan op de berg Sinaï, en met zijn legerschare vanuit de hemel met grote macht verschijnen. ...Zie, Hij zal komen met duizend tienduizenden heiligen om recht te spreken over allen...’ (naar de Engelse vertaling van E. Isaac in J.H. Charlesworth, red., The Old Testament Pseudepigrapha dl. 1, New York 1983).

De auteur laat nog wat apocalyptische beelden volgen over het ‘schudden van de aarde en de hemel’, nu vermengd met zijn wat bedaarder aandoende filosofisch-theologische denkbeelden. Evenals in eerdere hoofdstukken krijg je hier de indruk van een verhandeling voor een tamelijk ontwikkeld Griekssprekend publiek. Hebreeën is ook geen echte brief, zeggen belangrijke exegeten. Het is, zoals aan het slot gezegd wordt, een uitgeschreven en als brief aangeklede preek, een ‘woord ter bemoediging’ (13:22).