Joods-Christelijke Dialoog

Hebreeën 11: 17-29 - Peter Tomson

Zondag 16 augustus 2016
Zondag 11 augustus 2019 

Door zijn geloof kon Abraham...

door Peter Tomson

Het begrip ‘geloof’ in Hebreeën en het Hellenistisch/joods-apocalyptische karakter van de brief zijn besproken in de toelichting bij de pericoop van vorige week. In die pericoop kwam Abraham een beetje abstract ter sprake als de wereldburger met zijn ‘hemelse vaderstad’. In de pericoop van deze week wordt het concreter met de grootste ‘beproeving’ van Abraham: het bijna-offer van zijn zoon Isaak. In het bekende verhaal wordt Abraham ‘beproefd’ (Gen. 22:1) met de opdracht, Isaak ten brandoffer te brengen.

Het loont de moeite, op de details te letten. Heb. 11:17 zegt dat Abraham, toen hij ‘beproefd werd’, Isaak ‘offreerde’ (prosenènochen van prosanankô, NBV ‘opdroeg’ ‒ vgl. Gen. 22:2, anénenkon, ‘draag op’, dicht bij het Hebreeuws, haëlehoe le-ola). Dit laat in het midden of hij hem werkelijk slachtte, wat 11:19 suggereert (zie onder). De NBV durft deze spanning niet aan en vertaalt: ‘Door zijn geloof kon Abraham ... Isaak als offer opdragen.’

Nu moeten we onder ogen zien dat 11:19 suggereert dat Isaak werkelijk op het altaar stierf. Abraham voerde de opdracht uit (wat letterlijker vertalend dan NBV), ‘redenerend dat God machtig is zelfs de doden op te wekken, vanwaar hij hem bij wijze van voorbeeld terugkreeg’. Evenals in 9:9 heeft parabolè niet de meer frequente betekenis van ‘parabel’, ‘gelijkenis’, ‘spreuk’ (Mar. 4:2 etc.), maar heeft het een filosofische strekking: ‘prototype’, ‘voorbeeld’. De bedoeling is natuurlijk dat Isaaks opstanding uit de doden die van Jezus voorafschaduwt.
De associatie van Isaak met de opstanding is een bekend gegeven in het vroege jodendom. Volgens een midrasj toegeschreven aan Rabbi Eliëzer had Abrahams zwaard de keel van Isaak al geraakt toen de engel riep: ‘Doe hem niets’, waarop Isaaks ziel in hem terugkeerde en hij zei: ‘Gezegend Hij die de doden doet herleven’ (Midrasj Hagadol Gen. 22:12). M.a.w. Isaak creëerde de tweede zegenspreuk van het Achttiengebed, die de opstanding der doden als thema heeft.

Terug naar Abraham. Zijn ‘beproeving’ is een bekend thema bij de rabbijnen: ‘In tien beproevingen werd Abraham beproefd en hij doorstond ze allemaal’ (Misjna Avot 5:3); die van Isaak is de laatste en zwaarste. Ook Paulus tekent Abraham als ‘vader van alle gelovigen’ die trouw bleef in de beproeving: Abraham ‘vertrouwde op God die de doden levend maakt’ (Rom. 4:17). Alleen slaat dat niet op Isaaks offer, maar op diens geboorte, die Abraham ondanks zijn hoge leeftijd en die van Sara beloofd was. Hij bleef ‘geloven’, d.w.z. vertrouwen, ‘en dat werd hem tot gerechtigheid gerekend’ (Rom. 4:22). We zien dat pistis ook bij Paulus de aktieve houding van ‘vertrouwen’ of ‘geloofsvertrouwen’ weergeeft.