Joods-Christelijke Dialoog

Zondag 24 september 2017
Zondag 20 september 2020

door Eeuwout van der Linden

Over het auteurschap van Paulus is nauwelijks enige discussie meer, wel over context en datering. Paulus schreef deze brief aan de gemeente te Filippi in gevangenschap (1:13), maar waar en wanneer is onduidelijk. En ook niet over het waarom van zijn gevangenschap. Schreef hij vanuit de gevangenis in Rome begin jaren 60? Of eerder vanuit Efeze, waar hij zoveel moeilijkheden tegenkwam? Er is ook discussie of de brief een eenheid is of uit twee afzonderlijke delen bestaat. In het eerste deel is de toon vriendelijk en hoopvol, Paulus schrijft over blijdschap en roept op tot vreugde in de Heer (3:1). In 3:2 verandert zijn toon plotseling: ‘Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken’. Heeft hij even de pen neergelegd en is hij in een andere stemming opnieuw gaan schrijven?
In hoofdstuk 1 schrijft Paulus vol passie over zijn verbondenheid met Christus. Dat relativeert bij hem leven en sterven. Alles staat in het teken van de ontmoeting met Christus. C.J. den Heyer schrijft daarover in zijn boek Paulus. Een man van twee werelden:
‘Vol verlangen wacht hij op de komst van Jezus Christus. Het is niet mogelijk diep in de psyche van de apostel door te dringen, maar het lijkt toch niet gewaagd te veronderstellen dat de parousia van de Heer voor hem wel een heel bijzondere betekenis moet hebben gehad… Soms maakt de apostel het de lezer(es) van zijn brieven wel heel erg moeilijk. Dat zijn de momenten wanneer zijn verlangen zo groot werd dat hij de blik niet eens meer op de toekomst richtte, maar reeds in het heden een directe verbinding legde tussen zichzelf en Jezus’ (p.193, 194).
Wat Paulus zijn adressanten in ieder geval wil meegeven is om naar analogie van zijn eigen situatie het hoopvol vol te houden in nederigheid en eenheid. ‘Wat doet het er eigenlijk toe? (1:18). Wat telt is dat Christus groot gemaakt wordt (megalunthesetai) in leven en sterven (1:20) en dat je leeft in overeenstemming met het evangelie van Christus (1:27). Het is een aansporing van Paulus om het evangelie waardig te leven. Hij gebruikt hier voor ‘leven leiden’ een woord, politeuesthe, dat je zou kunnen vertalen met: zich als burger gedragen, zijn burgerplichten nakomen. Paulus lijkt een verbinding te maken met zijn leven als Romeins burger en zijn leven in Christus. In 3:20 spreekt Paulus over een burgerrecht in de hemel (politeuma). Er zijn dus verschillen en overeenkomsten tussen je levenswandel als volgeling van Jezus en als burger van de samenleving waar je deel van uitmaakt. Voor beide geldt dat het gaat om eensgezindheid, samenhang en verbondenheid. Waarbij voor Paulus de verbondenheid met Christus alles te boven gaat.