Joods-Christelijke Dialoog

Zondag 16 juli 2017
Zondag 12 juli 2020
 


‘Reikhalzend verlangen’

door Peter Tomson

Zie ook de Inleiding die Peter Tomson schreef bij de perikopenreeks uit Romeinen.

We blijven nog een paar weken in het bevlogen hoofdstuk over de opstandingskracht van de ‘wet van de geest’ (zie inleiding op website). Het evangelie gaat deze zondag zijn eigen weg met de gelijkenis van de zaaier ofwel de verschillende soorten akker; de profetenlezing gaat goed samen met de verwachtingsvolle brieflezing.
Het rooster slaat Rom 8:14-17 over (zoals Jezus zoon van God is door de Geest, zijn ook wij door de Geest kinderen Gods, Jezus’ zusters en broeders, en ook wij zeggen ‘Abba’, Vader).
Nu komt (v19) het zeldzame en prachtige woord apokaradokía, ‘reikhalzend verlangen’, en worden we meegenomen in de grote beweging van het zuchten van verlangen, van de schepping (8:22), van onszelf (8:23), en van de Geest (8:26) ‒ jammer dat het rooster net daarvoor weer de streep trekt.
Het hoofdstuk bevat twee markeringen met oidamen, ‘wij weten’, in 8:22 en 8:28. Ik zou het hoofdstuk dus anders indelen: op 16 juli Rom 8:14-21 (‘de Geest en de kinderen Gods’), op 23 juli Rom 8:22-27 (‘het zuchten van de Geest met mens en dier’).
‘De schepping wacht met reikhalzend verlangen op de openbaring’, niet van God, maar: ‘van Gods kinderen’, van Jezus’ broers en zussen. Eén grote beweging, die ons mèt hem meeneemt uit ons bestaan van zonde (falen, mislukking, zinloosheid, vergankelijkheid) naar de glorievolle dienstbaarheid aan God, zijn mensen en zijn schepping. ‘Kind van God’ worden is niet van de wereld verlost worden, maar verlost worden om in de wereld Gods glorie te verbreiden, zijn koninkrijk te verkondigen in woorden en daden.
Paulus knoopt hier aan bij de prediking van Jezus zelf, die zei dat hij was gekomen ‘om te zoeken en te redden wat verloren was’ (Luc 19:10). Hij zei dat tegen Zacheüs, die ‘verloren’ was en wiens leven vastgelopen was in financiële malversaties. Zacheüs werd meegenomen in de beweging van de Geest, die Jezus op gang bracht. Hij stond weer rechtop, hij deed een geweldige schenking voor de mensen die het zo nodig hebben en liet het daar niet bij, hij was dienstbaar midden in de wereld. Dààrop wacht de schepping met reikhalzend verlangen.