Joods-Christelijke Dialoog

Zondag 25 september 2022

Onderscheidend leven

door Adri van der Wal

Dit nieuwtestamentische gedeelte bevat meerdere thema’s die verband leggen tussen TaNaCh en het Nieuwe Testament. Ik zie onder meer:
- de aanduiding “mens van God” (1 Timoteüs 6:11),
- gerechtigheid (1 Timoteüs 6:11),
- het najagen van (1 Timoteüs 6:11),
- de mens als beeld (1 Timoteüs 6:12-13: “goede belijdenis” afgelegd door Timoteüs en door Jezus),
- God als schepper (1 Timoteüs 6:13),
- de lofverheffing (1 Timoteüs 6:16d).
Ingebed in een passage over (streven naar) rijkdom en bezit (1 Timoteüs 6:3-19) wordt in 1 Timoteüs 6,11-16 in kort bestek antithetisch (“Maar jij …”) een beeld getekend van hoe de auteur van deze brief een gelovige ziet. De passage is vormgegeven als een persoonlijke aansporing aan Timoteüs, leerling en medewerker van Paulus.

Mens van God
De passage spreekt over Timoteüs en in hem over de gelovige als “mens van God”. Deze term is de weergave van het oudtestamentische “man Gods”. De Griekse vertaling (Septuaginta) gebruikt de term als vertaling van het Hebreeuwse ’isj ha’èlohim. We vinden dat onder meer voor Mozes in Deuteronomium 33:1 en Ps. 90:1, voor een anonieme figuur in 1 Samuël 2:27 en 1 Koningen 13:1, voor Samuël in 1 Samuël 9:6.10, voor Elia in 1 Koningen 17:18.24, voor Elisa in 2 Koningen 4:40, voor David in 2 Kronieken 8:14. Deze oudtestamentische figuren hebben zich ingezet voor de zaak van God. Dat wordt ook van Timoteüs gevraagd.

Vijf opdrachten
Daartoe wordt een vijftal (wellicht een symbolisch aantal) opdrachten geformuleerd:
- Vlucht ! (1 Timoteüs 6:11a). Namelijk van (het streven naar) rijkdom. De opdracht “Vlucht !” klinkt onder meer ook in 1 Korintiërs 6:18; 10:14.
- Streef naar ! (1 Timoteüs 6:11b). Daarop volgen een zestal na te jagen waarden: gerechtigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid. Mogelijk is hier Hosea 6:3 voorbeeld geweest, waar in de Septuaginta hetzelfde werkwoord wordt gebruikt als hier: “Wij willen ernaar jagen Hem te kennen.” Over het najagen van gerechtigheid spreekt Sefanja 2:3 (met in het Grieks een ander werkwoord). Vergelijk ook Jesaja 1:17. Met gebruikmaking van hetzelfde werkwoord als in 1 Timoteüs 6:11 spreekt Paulus over het streven naar gerechtigheid in Romeinen 9:30, over het najagen van het goede in 1 Tessalonicenzen 5:15. De combinatie “geloof – liefde” gebruikt de auteur in de directe context ook in 1 Timoteüs 6:2, over vroomheid spreekt hij in 1 Timoteüs 6:6 (hetzelfde woord als in 1 Timoteüs 6:11b). Daar wordt dat getekend als echte rijkdom.
- Strijd de goede strijd van het geloof (1 Timoteüs 6:12a). Hier noemt de auteur opnieuw de categorie “geloof”. In 1 Timoteüs 1:18 gaf de auteur eveneens de opdracht aan Timoteüs om de goede strijd te strijden, daar met andere termen. Vergelijk de opdracht van Jezus in Lucas 13:24 (met hetzelfde Griekse werkwoord als in 1 Timoteüs 6:12a).
- Grijp het eeuwige leven (1 Timoteüs 6:12b). Deze uitdrukking keert in 1 Timoteüs 6:19 terug. Deze opdracht gaat vergezeld van een dubbele bepaling: over geroepen zijn en het goede getuigenis dat Timoteüs voor de ogen van vele getuigen met zijn leven heeft afgegeven. Zoals Israël blijkens Psalm 67 een getuigenis voor de volken aflegt.
- Houd je stipt en onaantastbaar aan deze opdracht (1 Timoteüs 6:13-14). De bezwering in 1 Timoteüs 6:13 wordt uitgesproken voor twee getuigen: ten overstaan van God als schepper (“die alles doet leven / in leven houdt”; het Griekse werkwoord dat hier gebruikt wordt, kan beide betekenen) en Christus Jezus die voor Pilatus stond voor zijn geloven (“die de goede belijdenis afgelegd heeft”). Hier wordt, zoals boven al aangegeven, de parallel getekend tussen Christus’ belijdenis en die van Timoteüs. In oudtestamentisch denken mag de mens beeld van God zijn (Genesis 1:27; 9:6). In Timoteüs’ handelen krijgt dat beeld concreet gestalte. Het “onaantastbaar” wil erop duiden dat Timoteüs zich niet van zijn overtuiging af moet laten brengen. Aan het eind van 1 Timoteüs 6:14 wordt het bestaan in eschatologisch perspectief geplaatst.

Zeven kwalificaties
Dan volgen in 1 Timoteüs 6:15-16c zeven (wellicht opnieuw een symbolisch aantal) omschrijvingen van God:
- Hij onthult te zijner tijd de verschijning (epifanie) van Jezus Christus,
- Hij is de zalige en alleen machtige,
- de koning van hen die koning zijn,
- de Heer over hen die heersen,
- de enige die onsterflijkheid heeft,
- die woont in een ontoegankelijk licht,
- die niemand van de mensen heeft gezien en niet zien kan.
De aanduiding van God als hoogste Heerser is een echo van Deuteronomium 10:17. De kwalificatie komt ook voor in Openbaring 17:14; 19:16. Verder doet deze aanduiding denken aan Jezus Sirach 46:5. Jesaja 1:24 zingt over de Eeuwige als de Machtige van Israël.
De laatste kwalificatie zal zeker verwijzen naar Exodus 33:20.
In 1 Timoteüs 6:15-16 klinken woorden over Gods uniciteit (twee keer klinkt het woordje monos, “alleen” (1 Timoteüs 6:15.16)). Ook in 1 Timoteüs 1:17 klinkt het monos, om Gods onvergelijkbaarheid uit te drukken. Zie voor dit thema ook Jesaja 45:6.
Deze kwalificaties in 1 Timoteüs 6:15-16c doen sterk denken aan wat de auteur in 1 Timoteüs 1:17 al zong.

Lofverheffing
De passage wordt besloten met een lofverheffing. Ook hier ligt een nauw verband met 1 Timoteüs 1:17.
Commentatoren wijzen op de parallellen elders in het Nieuwe Testament: 1 Petrus 4:11; 5:11; Judas 25; Openbaring 1:6; 5:13.
Men kan deze lofverheffing vergelijken met de doxologieën die klinken aan het eind van de boeken van het Psalter, in: Psalm 41:14; 72:18-19; 89:53; 106:48; 146-150.
Vergelijk ook Paulus’ lofverheffing in Romeinen 16:27.

Adri van der Wal
afgerond: 8 september 2022