Joods-Christelijke Dialoog

Achtergrond
In Richteren 10 wordt verteld dat de Ammonieten, een vijandig buurvolk van de Israëlieten die aan de oostzijde van de Jordaan wonen, de landstreek Gilead willen inlijven. De Ammonieten waren nog verre familie van de Israëlieten, want hun voorvader was een nakomeling van Lot, de neef van Abraham. Deze had in een dronken bui bij zijn beide dochters een kind verwekt. Zo waren de Moabieten afstammelingen van Lots oudste dochter, en de Ammonieten van Lots jongste dochter. De naam Ammon betekent dan ook ‘behorend tot mijn (eigen) volk’, zoals ‘Moab’ betekent ‘van vader’.
In Deuteronomium 2:19 vertelt Mozes dat de Israëlieten helemaal om het gebied van de Ammonieten heen getrokken waren en zich niets van hun grondgebied eigengemaakt hadden. Het gebied ten noorden daarvan, Gilead, hadden zij veroverd op koning Sichon die hen aanviel.

Gilead in het nauw
Aan het eind van Richteren 10 staat dat de inwoners van Gilead op zoek zijn naar iemand die hen kan bevrijden van de Ammonieten, die dreigen hun hele gebied te veroveren. Nu werd het gebied Gilead bewoond door een deel van de stam Manasse, maar die woonden grotendeels aan de westzijde van de Jordaan en lieten zich niets gelegen liggen aan hun verwanten ten oosten van de Jordaan. Zo waren de Gileadieten op zichzelf aangewezen. Zij stellen een beloning in het vooruitzicht voor de man die het voor hen op durft te nemen tegen hun vijanden. En de beloning zal zijn dat hij aan het hoofd komt te staan van heel Gilead.

Jefta’s levensloop
De Gileadieten waren bepaald geen krijgshaftig volk. De streek stond bekend om zijn goede landbouwproducten, en de balsems die daar geproduceerd werden waren wereldberoemd. Maar, vechten tegen een buitenlandse mogendheid, nee dat zat hen niet in het bloed. Toch was er één man die van vechten zijn beroep had gemaakt, mogelijk tegen wil en dank. Wat was namelijk het geval? Jefta, wiens naam betekent ‘hij opent’, werd door zijn volksgenoten (’broers’) onterfd, waarna hij in leven moest zien te blijven door rooftochten te ondernemen. Allerlei gespuis verzamelde zich bij hem, en zij leefden van de hand in de tand.

Afkomst van Jefta
Hoe kwam het dat deze man geen erfdeel kreeg? Zijn moeder was wel hoer. (We weten niet of zij een heidense vrouw was of een Israëlische. Zij wordt ‘andere vrouw’ genoemd, en dat pleit ervoor dat ze van buitenlandse komaf was, zoals in onze tijd ook vaak het geval is). Maar de hoerenlopers, haar bezoekers, dat waren echte Gileadieten! (Zie Richteren 11:1). Wie in Jefta’s geval de verwekker geweest was, was zonder DNA-onderzoek niet vast te stellen. Heel de mannelijke bevolking van Gilead kon bij wijze van spreken zijn ‘vader’ zijn.

Erfrecht
In die tijd deelden mannelijke kinderen in de erfenis. Vrouwen huwden in bij hun schoonfamilie. Een man die een zoon verwekte had de plicht hem mee te laten delen in de erfenis. Vandaar dat Abraham verontwaardigd reageert als Sara hem voorstelt Ismaël te onterven (Zie Genesis 21:11). En Abraham stuurt de zonen die hij ná Izaäk gekregen heeft met het hun toekomende deel weg (Zie Genesis 25:6). Pas in de tijd van de woestijnreis weten de dochters van Tselofchat het voor elkaar te krijgen dat ook dochters mogen erven (Zie Numeri 27).

Een beroep op Jefta
In het nauw gebracht door hun vijanden de Ammonieten, doen de verantwoordelijken van Gilaed een beroep op Jefta. Hij is in deze situatie de enige die ervaring heeft met oorlog voeren. Jefta beseft dit terdege, en in eerste instantie reageert hij afwijzend met als argument dat ze hem zelf weggejaagd hebben. Als ze daarna aanbieden hem niet alleen als legeraanvoerder maar ook als hoofd, te willen aanstellen, geeft hij toe.
Ten overstaan van God wordt deze overeenkomst bekrachtigd.

Volgende keer zullen we zien hoe dit verhaal verder gaat.